Lineaire geleidingen smeren met expertadvies uit de praktijk

lopers worden ingevet in het magazijn

Lineaire geleidingen smeren LM Systems

Een lineaire geleiding vormt de basis van veel verplaatsingssystemen, maar wordt in de praktijk nog wel eens stiefmoederlijk behandeld als het op het toedienen van vet aankomt. Productiesystemen vallen hierdoor soms onnodig stil. Om stilstand te voorkomen en de berekende levensduur van kogelomloopwagens daadwerkelijk te behalen, spraken wij met Richard Eshuis, applicatiespecialist en directeur van LM Systems. Hij legt uit hoe het lineaire geleidingen smeren in zijn werk gaat en waar engineers en onderhoudsdiensten op moeten letten.

De noodzaak van smering

Een lineaire geleiding werkt met kogels of rollen die tussen de loopwagen en de rail bewegen. Zonder voldoende smering neemt de wrijving toe en ontstaat er sneller slijtage aan de contactvlakken. Eshuis vat het belang van smering helder samen: “Smering is noodzakelijk omdat het de wrijving vermindert en daardoor is er minder slijtage. Daarnaast zorgt het smeervet voor het soepel houden van de afdichtingen zodat deze ook hun werking blijven doen.”

Het smeermiddel heeft daarnaast nog een tweede belangrijke functie. Het houdt de afdichtingen soepel, zodat deze hun werking blijven behouden. Die afdichtingen zorgen ervoor dat vet in de loopwagen blijft en dat vuil, stof of andere verontreinigingen minder makkelijk binnendringen. Goede smering ondersteunt dus niet alleen de beweging zelf, maar ook de bescherming van de geleiding.

Basissmering versus eerste ingebruikname

In de praktijk ontstaat regelmatig het misverstand dat een nieuw geleidingssysteem direct langdurig in productie kan worden genomen. THK voorziet elke nieuwe loopwagen na productie van een basissmering. Die eerste hoeveelheid smeermiddel is bedoeld om een smeerfilm tussen de kogels of rollen en de loopbanen te creëren en om de onderdelen tijdens transport en opslag tegen corrosie te beschermen. Volgens Eshuis is die basissmering echter niet bedoeld als volledige bedrijfssmering: “Basissmering is voldoende om de machine mee te testen. Voor ingebruikname van de machine dient alles goed doorgesmeerd te worden.”

Dat betekent dat de loopwagens vóór de definitieve ingebruikname van de machine moeten worden doorgesmeerd met de juiste hoeveelheid vet. Alleen dan wordt de geleiding voorbereid op normale productieomstandigheden.

Stel een vraag

Vet- of oliesmering

Voor de meeste toepassingen is vetsmering de standaardoplossing. Vet hecht goed, blijft relatief lang aanwezig in de loopwagen en is praktisch in onderhoud. Daarom wordt bij lineaire geleidingen smeren in veel industriële machines standaard voor vetsmering gekozen.

Oliesmering kan worden toegepast wanneer een lagere loopweerstand nodig is of wanneer de toepassing met hogere snelheden werkt. Olie kan warmte beter afvoeren, maar vraagt wel om een continu smeersysteem. Daarbij moeten leidingen en smeerpunten zo worden ingericht dat de juiste hoeveelheid olie op het juiste moment bij de loopwagens komt.

De keuze tussen vet en olie hangt dus af van de toepassing. Factoren zoals snelheid, belasting, omgeving, temperatuur en onderhoudsstrategie bepalen welk smeermiddel het meest geschikt is

Bepalen van het juiste nasmeerinterval

Het juiste nasmeerinterval is niet voor elke machine gelijk. Het hangt af van de omgevingsomstandigheden, temperatuur, belasting, snelheid, versnelling en cyclustijd. Toch hanteert LM Systems duidelijke richtlijnen voor veelvoorkomende situaties.

Bij traditionele volkogelige geleidingen geldt als algemene richtlijn een nasmeerinterval van circa 100 kilometer. Bij geleidingen met kogelkettingtechnologie kan dit oplopen tot circa 5.000 kilometer. Wordt die afstand door lage snelheden of beperkte beweging niet gehaald, dan adviseert LM Systems om minimaal twee keer per jaar te smeren in verband met de veroudering van het vet.

Eshuis ziet dat het interval altijd in relatie tot de toepassing moet worden bekeken: “Het nasmeerinterval is afhankelijk van temperatuur, omgeving, belasting, snelheid, versnelling en cyclustijd.”

Het herkennen van een verkeerde smeerhoeveelheid voorkomt vervolgschade aan de geleiding. Bij te weinig smeermiddel is dit vaak hoorbaar of voelbaar. De geleiding kan rauwer gaan lopen, meer geluid maken of zwaarder bewegen. Bij langdurige ondersmering kan zelfs roestvorming of tribocorrosie ontstaan.

Ook te veel vet kan problemen veroorzaken. Bij oversmering hoopt het overtollige vet zich op aan de kopse kanten van de loopwagen of aan het einde van de railgeleiding. Dit kan leiden tot een hogere loopweerstand en onnodige vervuiling rondom de geleiding. Goed smeren betekent dus niet simpelweg veel vet toevoegen. Het gaat om de juiste hoeveelheid, op het juiste moment en met het juiste smeermiddel.

Ontvang advies

Selectie van het smeervet en smeerpunten

THK heeft verschillende standaardvetten in het programma. Over het algemeen wordt AFB-vet toegepast, een vet op lithiumbasis. Voor specifieke omstandigheden zijn er ook vetten beschikbaar die geschikt zijn voor bijvoorbeeld de levensmiddelenindustrie of cleanroomomgevingen.

Standaard wordt een smeernippel bij de loopwagen geleverd. Deze wordt meestal aan de kopse kant van de loopwagen gemonteerd. Bij veel loopwagens kan ook aan de zijkant een smeernippel worden geplaatst. Daarnaast zijn er uitvoeringen met een smeervoorziening aan de bovenzijde.

Wanneer een smeernippel moeilijk bereikbaar is met een vetspuit, kan een smeeradapter worden toegepast. Deze adapters kunnen ook worden aangesloten op een centraal smeersysteem. Via leidingen wordt het vet dan op vaste intervallen naar de loopwagens gebracht. Gaat u lineaire geleidingen smeren en wilt u weten welk vet, welke hoeveelheid of welk nasmeerinterval past bij uw machine? Neem contact op met onze engineers voor inhoudelijke ondersteuning bij uw toepassing.