Profielrailgeleidingen monteren en uitlijnen

Profielrailgeleidingen bij LM Systems

Profielrailgeleiding monteren en uitlijnen

Een profielrailgeleiding zorgt voor een nauwkeurige en soepel verlopende lineaire beweging en kan daarbij krachten en momentbelastingen opnemen. De gewenste werking wordt echter pas bereikt wanneer het systeem vakkundig wordt gemonteerd en correct wordt uitgelijnd.

Een verkeerde installatie kan daarom leiden tot extra interne spanningen, verhoogde loopweerstand en vroegtijdige slijtage van de wentellichamen. Om de mechanische levensduur van het geleidingssysteem te waarborgen, is het daarom belangrijk om de montagerichtlijnen van de fabrikant te volgen en de uitlijning zorgvuldig te controleren.

Voorbereiding en eisen aan het montagevlak

Een correcte montage van een profielrailgeleiding begint bij een grondige inspectie van de ondergrond. Het montagebed van het machineframe moet voldoen aan de eisen voor parallelliteit en hoogteafwijking die bij het gekozen railtype en de voorspanning van de loopwagens horen. Welke toleranties precies gelden, is afhankelijk van de uitvoering en wordt bepaald aan de hand van de THK-catalogus of het advies van LM Systems. Een hogere voorspanning vraagt doorgaans om een nauwkeuriger bewerkt montagevlak om extra interne spanningen en verhoogde wrijving te voorkomen.

Vóór de daadwerkelijke plaatsing moeten de montagevlakken zorgvuldig worden gereinigd. Stof, metaalspanen, olie, roest en bramen kunnen de vlakke aanligging van de rail verstoren. Ook de profielrailgeleiding zelf moet worden gereinigd, zodat de corrosiewerende opslagolie wordt verwijderd voordat de rail op het machinebed wordt geplaatst.

Voor de mechanische bevestiging schrijft THK het gebruik van bouten in sterkteklasse 12.9 voor. De dynamische draaggetallen van THK zijn hierop gebaseerd. Bij het vastzetten moeten de bouten worden aangedraaid op het juiste aanhaalmoment volgens de documentatie van THK. Gebruik hiervoor bij voorkeur een geschikte momentsleutel. Daarnaast moeten de loopwagens vóór ingebruikname worden voorzien van de juiste hoeveelheid smeervet.

Het herkennen van de referentiezijde

Voor een exacte positionering beschikken zowel de rail als de loopwagen over een referentiezijde. Deze zijde wordt gebruikt als vaste maataanduiding en wordt tegen het referentievlak, de aanslagkant of referentierand van het machinebed geplaatst. Aan de onderzijde van de profielrailgeleiding is een lijn aangebracht waaraan de referentiezijde te herkennen is. Bij de loopwagen bevindt de referentiezijde zich aan de zijkant, tegenover het ingelaserde THK-logo.

De referentierand op het machinebed helpt om de railgeleiding nauwkeurig te positioneren en ondersteunt de opname van dwarskrachten. Door de juiste referentiezijden tegen het referentievlak te monteren, ontstaat een nauwkeurige en reproduceerbare mechanische uitlijning.

Montagevolgorde van één profielrailgeleiding met loopwagens

Bij de installatie van één profielrailgeleiding legt u de rail met de referentiezijde tegen het referentievlak van het machinebed. Vervolgens draait u alle bevestigingsbouten licht of handvast aan, zodat de rail nog kan worden gepositioneerd.

Druk of klem de rail zorgvuldig tegen het referentievlak van het machineframe. Draai daarna de bouten geleidelijk vast op het juiste aanhaalmoment. Werk hierbij vanuit het midden van de rail naar de uiteinden toe. Zo wordt de rail gelijkmatig vastgezet en verkleint u de kans op ongewenste spanningen. Vervolgens monteert u de werktafel of montageplaat op de loopwagens. Draai de montagebouten van de loopwagens eerst handvast aan. Beweeg de lopers enkele keren heen en weer over de rail, zodat de onderdelen zich kunnen zetten. Draai de bouten daarna kruislings vast op het voorgeschreven aanhaalmoment voor een gelijkmatige drukverdeling.

Twee parallelle rails uitlijnen via masterrail en volgrail

Bij een parallelle opstelling functioneert één geleiding als masterrail en de tweede geleiding als volgrail. Monteer eerst de masterrail volgens de juiste procedure, waarbij deze nauwkeurig tegen het referentievlak wordt geplaatst en vastgezet.

De volgrail wordt vervolgens uitgelijnd ten opzichte van de masterrail. Breng de volgrail eerst handvast aan en monteer daarna de bovenliggende montageplaat op de loopwagens van beide rails. Door de werktafel of montageplaat over de volledige slaglengte heen en weer te bewegen, kan de volgrail zich beter positioneren ten opzichte van de masterrail.

Daarna worden de bouten van de volgrail geleidelijk aangedraaid op het juiste aanhaalmoment. In veel situaties is een gelijkmatige loopweerstand over het gehele traject een goede indicatie dat de montage spanningsarm is uitgevoerd. Bij hogere precisie-eisen kan de volgrail aanvullend worden uitgeklokt.

Ontdek profielrails bij LM Systems

Controleren van de installatie door uitklokken

Wanneer de constructie hoge precisie-eisen stelt, controleert u de uitlijning met behulp van een meetklok. Dit proces wordt in de praktijk uitklokken genoemd.

Om de parallelliteit te controleren, bevestigt u de meetklok op de loper van de masterrail. De taster van de meetklok laat u tegen de zijkant van de volgrail lopen. Vervolgens beweegt u het systeem over de volledige lengte om afwijkingen in de parallelliteit zichtbaar te maken.

Voor het controleren van de rechtheid plaatst u de taster zo dat deze aan de bovenzijde van de rail meet over de volledige lengte. Het hoogteverschil tussen twee geleidingsbanen kan worden gemeten door de meetklok op de loper van de masterrail te monteren en de taster op de loopwagen van de volgrail te zetten.

Op deze manier controleert u of er door foutieve montage of een onnauwkeurig bewerkt onderbed extra interne spanningen kunnen ontstaan.

Toepassen van shims bij maatafwijkingen

Shimmen is nodig wanneer het montagevlak niet nauwkeurig genoeg is om de rails goed uit te lijnen in een parallelle inbouwsituatie. Met shims kunnen kleine afwijkingen in parallelliteit, rechtheid of hoogteverschil worden gecorrigeerd.

Gebruik hiervoor dunne, vlakke en nauwkeurige shims. De shims moeten voldoende groot zijn om de krachten van de rail goed over te kunnen brengen op het machineframe. Wanneer het contactoppervlak te klein is, kunnen juist lokale spanningen of scheefstand ontstaan. Shimmen moet daarom zorgvuldig worden uitgevoerd en altijd in relatie tot de totale uitlijning van de geleiding worden beoordeeld.

Support voor uw toepassing

Gekoppelde profielrails monteren en uitlijnen

Bij lange slagen kan gebruik worden gemaakt van gekoppelde lengtes. Binnen de kennisbank worden deze ook wel LT-rails genoemd. De kopse kanten van deze railsegmenten zijn nauwkeurig bewerkt en voorzien van coderingen. Deze codering moet tijdens de montage worden gevolgd, zodat de raildelen op de juiste manier achter elkaar worden geplaatst. Segmenten met corresponderende coderingen, zoals A1 tegen A1 en A2 tegen A2, moeten tegen elkaar worden gemonteerd.

Plaats de afzonderlijke segmenten eerst handvast tegen het referentievlak van het machinebed. Werk ook hier vanuit het midden naar de uiteinden toe bij het geleidelijk aandraaien van de bouten naar het juiste aanhaalmoment.

Zorg ervoor dat de gekoppelde delen strak tegen elkaar zitten, zodat de overgang niet voelbaar is wanneer de loopwagen hierover beweegt. Een praktische methode is om de loopwagen tijdens de montage statisch boven de koppeling te gebruiken. Zo kan de overgang tussen de raildelen goed worden uitgelijnd voordat de bouten definitief worden vastgezet.

Wilt u uw ontwerp naar een hoger niveau tillen of heeft u een technisch probleem waar u zelf niet uitkomt? Onze engineers staan klaar om uw applicatie door te rekenen en de optimale lineaire oplossing te configureren. Neem contact op voor een adviesgesprek met onze specialisten.